University of Twente Student Theses

Login

Meerwerk of meerwaarde? : een onderzoek naar de acceptatie van competentiegerichte registratie in de multidisciplinaire rampenbestrijding

Kerkhof, S.B. (2006) Meerwerk of meerwaarde? : een onderzoek naar de acceptatie van competentiegerichte registratie in de multidisciplinaire rampenbestrijding.

[img]
Preview
PDF
645kB
Abstract:In opdracht van de veiligheidsregio¿s Rotterdam-Rijnmond (RR), Twente en Zuid-Holland Zuid (ZHZ) is een onderzoek uitgevoerd naar factoren die de mening over het registreren van functiecompetenties in een Multidisciplinair Digitaal Portfolio (MDP) bepalen. De doelgroep van dit onderzoek bestond uit functionarissen van de hulpverleningsdiensten die zich op verschillende niveau¿s bezighouden met incidentele rampenbestrijding. Het Multidisciplinair Digitaal Portfolio is ontwikkeld in het kader van een samenwerkingsproject tussen de drie voornoemde regio¿s. Dit project is erop gericht de kwaliteit van optreden in de rampenbestrijding te verbeteren middels het oefenen, waarnemen en beoordelen aan de hand van competenties. Het portfolio zal in de toekomst een belangrijke rol spelen in dit proces van oefenen, waarnemen en beoordelen. Het dient als registratiemiddel waarin functionarissen van de rampenbestrijdingsteams CoPI (Coördinatieteam Plaats Incident) en ROT (Regionaal Operationeel Team), competenties zoals waargenomen tijdens oefeningen kunnen vastleggen. Politie, brandweer en de geneeskundige hulp, en in sommige gevallen de gemeente en het havenbedrijf Rotterdam, werken in deze rampenbestrijdingsteams samen. Centraal binnen dit onderzoek stond de vraag hoe functionarissen denken over dit nieuwe registratiemiddel, en welke factoren bepalend zijn voor deze mening. Op basis hiervan is concreet communicatieadvies uitgebracht dat kan dienen ter ondersteuning van de introductie van het MDP in de betrokken organisaties. Er is een literatuurstudie uitgevoerd naar succes- en faal factoren die een rol spelen bij veranderingsprocessen. Hieruit bleek dat vooral angst en onzekerheid voor het onbekende, de mate waarin medewerkers betrokken worden bij de verandering, organisatiecultuur en de vraag of medewerkers het belang van de verandering inzien, bepalen of veranderingen een succes worden. Deze factoren hebben volgens de besproken literatuur allen invloed op de houding die functionarissen zullen ontwikkelen ten aanzien van het MDP. Deze factoren zijn getest in de doelgroep middels een vooronderzoek. Door het houden van focusgroepen in alle drie betrokken regio¿s, is functionarissen gevraagd wat zij als succes- en faalfactoren van het project MDP zouden aanduiden. Alle gevonden factoren uit de literatuurstudie werden ook door hen als belangrijk aangemerkt, en bovendien werd als extra factor genoemd dat de CoPI/ROT functie slechts een klein onderdeel van de dagelijkse werkzaamheden uitmaakt. Op basis van de resultaten uit de literatuurstudie en de focusgroep is een vragenlijst opgesteld waarin alle besproken factoren zijn opgenomen. De vragenlijst bestond uit twee delen. Het eerste deel bestond uit 24 vragen en had betrekking op de mening over het MDP en achterliggende factoren die bepalend waren hiervoor. Daarnaast waren enkele meer praktisch gerichte vragen in de lijst opgenomen, waarvan de resultaten als input voor later communicatieadvies konden dienen. Het tweede deel van de vragenlijst was erop gericht de organisatiecultuur in kaart te brengen. Hiervoor is gebruik gemaakt van het Organizational Culture Assessment Instrument (OCAI). Dit standaard meetinstrument onderscheidt vier verschillende cultuurtypen aan de hand waarvan organisaties gekenmerkt kunnen worden. Deze vragenlijst is ingevuld door in totaal 76 respondenten, die verspreid over de regio¿s Rotterdam-Rijnmond, Twente en Zuid-Holland Zuid werkzaam waren. De resultaten van het onderzoek wezen uit dat er enkele opvallende verschillen bestaan in de mening die functionarissen hebben over het MDP. In de regio Twente is vooral de politie erg negatief over het portfolio, terwijl de brandweer juist erg positief is. In de regio¿s Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid zijn deze verschillen minder groot, maar het onderzoek heeft uitgewezen dat brandweerfunctionarissen een significant meer positieve mening over het MDP hebben dan politiefunctionarissen. Vooral het belang dat zij aan hun persoonlijke ontwikkeling hechten, lijkt hiervoor een verklaring te vormen. Functionarissen die persoonlijke ontwikkeling belangrijk vinden, beoordelen het MDP als positiever. Daarnaast is gebleken dat er zowel een positief als negatief verband bestaat tussen participatie en de mening over het MDP. Functionarissen betrekken bij het project kan een positief effect hebben op hun mening over het MDP. Het kan daarentegen ook contraproductief werken, wanneer geprobeerd wordt functionarissen te betrekken die toch al een negatieve houding hadden. Het onderzoek toont eveneens een verband aan tussen het belang dat functionarissen aan hun CoPI/ROT functie hechten, en de mening die zij hebben over het MDP. Hoe belangrijker de functie, hoe positiever zij zijn over het MDP. Hoewel veel functionarissen de inhoud van het portfolio liever niet toegankelijk voor derden zien, is er geen significant verband gevonden tussen de mening die zij hebben over het MDP en de mogelijke persoonlijke consequenties van het portfolio. De resultaten van de cultuurvragenlijst tonen aan dat er cultuurverschillen bestaan tussen zowel de drie regio¿s als de organisaties die daarbinnen vallen. Op basis van de onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat de meeste CoPI/ROT functionarissen een positieve houding hebben ten aanzien van het portfolio. Deze positieve houding wordt met name veroorzaakt door het feit dat de meeste functionarissen inzien dat persoonlijke ontwikkeling belangrijk is, en zij vinden dat het MDP hier een goed hulpmiddel bij is. Bovendien vinden veel functionarissen hun CoPI/ROT functie belangrijk en zijn zij bereid zich in deze functie te blijven ontwikkelen. Daarnaast speelt ook de organisatiecultuur een rol; vooral in organisaties met een familiecultuur wordt meer belang aan persoonlijke ontwikkeling gehecht. Op basis hiervan wordt aanbevolen om bij de introductie van het MDP vooral rekening te houden met de verschillen in mening én met de cultuurverschillen die tussen de verschillende regio¿s en organisaties bestaan. Een universele aanpak voor de hele doelgroep zal weinig succesvol zijn. Wanneer rekening wordt gehouden met deze verschillen, lijkt succesvolle introductie van het MDP zeker haalbaar.
Item Type:Essay (Master)
Clients:
Hulpverleningsdienst regio's R'dam-Rijnmond, Twente &Zuid-Holland Zuid
Faculty:BMS: Behavioural, Management and Social Sciences
Subject:05 communication studies
Programme:Communication Studies MSc (60713)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/57329
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page