University of Twente Student Theses

Login

Een mogelijke discrepantie tussen de identiteit en het imago van Stichting De Kringen als oorzaak van het afnemende ledenaantal

Hooijdonk, L.R.D. van (2005) Een mogelijke discrepantie tussen de identiteit en het imago van Stichting De Kringen als oorzaak van het afnemende ledenaantal.

[img]
Preview
PDF
888kB
Abstract:In dit verslag wordt een onderzoek beschreven naar de identiteit en het imago van Stichting De Kringen als mogelijke oorzaak van het afnemende ledenaantal. Stichting De Kringen is een vereniging waar homo's, lesbiennes en bi's elkaar in een goede sfeer kunnen ontmoeten. De Stichting bestaat uit groepen van ongeveer tien homoseksuelen, lesbiennes en/of biseksuelen. Deze zelfstandige groepen zijn over heel Nederland verspreid. Er bestaan mannenkringen, vrouwenkringen, gemengde kringen en jongerenkringen. Een Kring komt gemiddeld een keer per maand bij elkaar om gesprekken te voeren of om samen activiteiten te ondernemen. Het is ook mogelijk om binnen De Kringen te praten over problemen met betrekking tot homoseksualiteit. Het belangrijkste doel van de Stichting is echter ontmoeting tussen homo's, lesbiennes en bi's. Recentelijk was het ledenaantal van Stichting De Kringen gedaald en De Kringen wilden graag weten hoe dit kwam. Een van de suggesties voor het afnemende ledenaantal was dat potentiële leden denken dat De Kringen therapiegroepen zijn en dat ze daarom besluiten om niet lid te worden. Als dit het geval zou zijn, zouden potentiële leden denken dat het belangrijkste doel van De Kringen niet ontmoeting, maar het bespreken van problemen is. Dit zou neerkomen op een verschil tussen identiteit en imago, oftewel een imagoprobleem. Een alternatieve verklaring zou kunnen zijn dat Stichting De Kringen niet meer nodig was omdat homo's, lesbiennes en bi's binnen Nederland voldoende geëmancipeerd zijn. Het was uiteraard ook mogelijk dat er een andere oorzaak was voor het afnemende ledenaantal. Echter, de hoofdvraag van het onderzoek was wat de verschillen zijn tussen de identiteit en het imago van De Kringen. De deelvragen behandelden de identiteit onder Kringleden, het imago onder niet-Kringleden, de communicatie over De Kringen en het aantrekken van meer leden voor De Kringen. Dit onderzoek bestond uit twee delen, een pretest waarin interviews werden gehouden en een hoofdonderzoek waarin vragenlijsten werden verspreid. In het vooronderzoek werden vierentwintig interviews gehouden onder Kringleden om hun motieven om lid te worden te achterhalen. Verder werd met de interviews achterhaald via welke communicatie De Kringleden van het bestaan van De Kringen wisten en hoe ze het ervaren om lid van De Kringen te zijn. Ook werd de Kringleden gevraagd wat volgens hen het uniek van De Kringen is, of ze een idee hadden van het imago van Stichting De Kringen en op welke manier potentiële leden volgens hen het beste benaderd konden worden. Aan de hand van de resultaten van de interviews werden vragenlijsten voor Kringleden en voor niet-Kringleden opgesteld voor het hoofdonderzoek. Een link naar de vragenlijst op Internet werd verspreid onder de Kringleden met een e-mail aan alle Kringleiders, die de link op hun beurt doorstuurden aan al hun Kringleden. De link werd verspreid onder niet-Kringleden via de media van andere homo-organisaties en via het uitdelen van flyers met de link. Met de antwoorden op de vragen in de vragenlijsten werd geprobeerd een antwoord te vinden op de deelvragen en uiteindelijk op de hoofdvraag. De eerste twee deelvragen behandelden de identiteit van De Kringen onder Kringleden en het imago van De Kringen onder niet-Kringleden. Behalve dat aan Kringleden werd gevraagd naar de identiteit en aan niet-Kringleden naar het imago van De Kringen, werden ook aan Kringleden vragen gesteld naar een inschatting van het imago en aan niet-Kringleden vragen naar een inschatting van de identiteit. De derde deelvraag behandelde de communicatie van De Kringen. Hiervoor werd aan Kringleden en niet-Kringleden gevraagd hoe belangrijk bepaalde informatiebronnen voor hen waren geweest. De laatste deelvraag betrof de vraag hoe meer leden voor De Kringen zouden kunnen worden aangetrokken. Hiervoor werd geprobeerd de geschiktheid van verschillende media en plaatsen te achterhalen. Met behulp van de antwoorden op de deelvragen werd geprobeerd een antwoord te geven op de hoofdvraag: Wat zijn de verschillen tussen de identiteit en het imago van Stichting De Kringen? Uit de resultaten van het onderzoek bleek dat De Kringen geen imagoprobleem hebben. Potentiële leden weten soms überhaupt niet wat ze aan De Kringen zouden kunnen hebben. Er zijn nog potentiële leden die De Kringen helemaal niet kennen, maar als ze De Kringen wel kennen hebben ze geen of een verkeerd beeld van waar De Kringen voor staan. Een verkeerd beeld is vaak helemaal niet negatief, maar het is tegelijk ook niet positief genoeg om niet-Kringleden te laten besluiten om lid te worden. Veel niet-Kringleden gaven aan De Kringen maar vaag te vinden. De redenen waarom ze lid zouden willen worden van een nieuwe homo-organisatie zijn wel te vinden in De Kringen, de niet-Kringleden waren hier echter niet van op de hoogte. Ook gaven potentiële leden aan dat ze De Kringen niet nodig hebben en dat ze andere dingen te doen hebben. Het feit dat de niet-Kringleden jonger en in mindere mate uit de kast waren had in sommige gevallen ook invloed op de resultaten, maar in andere gevallen waren de resultaten op dat punt juist verrassend. De niet-Kringleden zouden lid willen worden van een nieuwe homo-organisatie om redenen die passen bij jonge homo's, lesbiennes en bi's die net uit de kast zijn: andere homo's leren kennen en de weg leren kennen in de homowereld. Tegelijk gaven de niet-Kringleden aan De Kringen niet nodig te hebben. De niet-Kringleden gaven aan hun informatie over homoseksualiteit en activiteiten voor homo's, lesbiennes en bi's van het Internet, uit de media voor andere homo-organisaties en van het COC te halen, dit zijn ook de media en plaatsen die veel gebruikt worden door jonge homo's, lesbiennes en bi's die net uit de kast zijn. Het vooronderzoek liet een positief resultaat zien. Kringleden gaven aan blij te zijn met hun lidmaatschap, dus het is zeker belangrijk dat De Kringen bestaan; al vonden Kringleden vaak wel hun eigen Kring belangrijker dan de landelijke Stichting. De conclusie van het onderzoek is dat het onvoldoende bekend is waar De Kringen voor staan. Het is daarom verstandig om meer bekendheid te geven aan De Kringen en De Kringen zich duidelijker te laten profileren. Hiervoor zou er geadverteerd kunnen worden in meer media enop meer plaatsen. De meeste Kringleden die meewerkten aan dit onderzoek waren echter aangetrokken via mond-tot-mond- reclame en zij vonden dit ook de meeste geschikte manier om nieuwe leden aan te trekken. Ook een redelijk groot deel van de niet-Kringleden had van De Kringen gehoord via mond- tot-mondreclame. Het zou het beste zijn als Kringleden zoveel mogelijk hun eigen ervaringen met De Kringen zouden overbrengen aan potentiële leden, bijvoorbeeld in cafés en op feesten voor homo's, lesbiennes en bi's, maar ook als ze deze mensen in het dagelijks leven tegenkomen. Zoveel mogelijk adverteren zou als ondersteuning kunnen dienen. Met het adverteren zouden potentiële leden bereikt kunnen worden die niet in aanmerking komen met Kringleden, maar er kan ook veel meer algemene informatie over De Kringen worden gegeven in de verschillende media. De Kringen zouden ook beter kunnen uitdragen dat er zaken zijn te vinden binnen de organisatie die niet te vinden zijn binnen andere organisaties.
Item Type:Essay (Bachelor)
Clients:
Stichting De Kringen
Faculty:BMS: Behavioural, Management and Social Sciences
Subject:05 communication studies
Programme:Communication Studies BSc (56615)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/57807
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page