University of Twente Student Theses

Login

Preventie van overgewicht: Jong geleerd is oud gedaan?!

Berg, L.S. van den (2005) Preventie van overgewicht: Jong geleerd is oud gedaan?!

[img]
Preview
PDF
1MB
Abstract:Overgewicht en obesitas zijn één van de belangrijkste bedreigingen voor de volksgezondheid van dit moment". Omdat overgewicht en obesitas vele gezondheidsproblemen met zich meebrengen, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat het aantal mensen met overgewicht in Nederland afneemt. Om deze afname te bewerkstelligen en om mensen ervan bewust te maken dat gezond eten en bewegen belangrijk is, zijn er veel campagnes gestart over het onderwerp overgewicht. Veel van deze campagnes richten zich in eerste instantie op kinderen, omdat overgewicht bij de meeste kinderen nog te voorkomen is. Ook worden (on)gezonde leefgewoonten hoofdzakelijk aangeleerd in de jeugd en hierop kunnen de campagnes bij kinderen dus nog invloed hebben. Eén van deze campagnes is 'Noord-Kennemerland gezond weer op', een project van de GGD Noord Kennemerland. Bij dit project kregen kinderen uit groep 1 tot en met 6 van de basisschool (4 tot en met 10 jaar) een gymles van een zwarte piet (een 'beweegpiet'). Deze beweegpiet maakte de kinderen duidelijk dat gezond eten (groente en fruit eten en niet teveel snoepen) en bewegen erg belangrijk is om gezond te blijven. Ook kregen de kinderen een placemat met informatie over gezond eten en bewegen. De campagne is opgezet en uitgevoerd door de projectgroep 'FLASH!', die bestond uit een aantal medewerkers van de GGD Noord-Kennemerland en de ambtenaren volksgezondheid van de acht gemeenten uit de regio Noord-Kennemerland. Bij de uitvoering van het project hebben ook het Sportbureau Alkmaar en het Sportbureau Langedijk een belangrijke rol gespeeld. In dit onderzoek is onderzocht waar een campagne ter preventie van overgewicht bij kinderen zich op zou moeten richten. Hierbij is de nadruk gelegd op het beïnvloeden van gedragsdeterminanten. Om te kunnen vaststellen welke gedragsdeterminanten belangrijk zijn bij preventie van overgewicht bij kinderen is in dit onderzoek gekeken naar invloed van deze determinanten op het gezonde eet- en beweeggedrag van kinderen. Om te onderzoeken welke effecten in de praktijk behaald worden met campagnes ter preventie van overgewicht bij kinderen, is de campagne 'Noord-Kennemerland gezond weer op' geëvalueerd. De onderzoeksvragen van dit onderzoek luiden: 1. Welke gedragsdeterminanten zijn van invloed op het eet- en beweeggedrag van kinderen? 2. Hoe is het project 'Noord-Kennemerland gezond weer op' verlopen? Deelonderzoeksvragen hierbij zijn: 2a. Is het project 'Noord-Kennemerland gezond weer op' uitgevoerd zoals van tevoren beoogd was? 2b. Heeft het project de doelgroep bereikt? 2c. Hoe beoordelen de betrokkenen (kinderen en ouders) het project? 2d. Welke effecten zijn bereikt met het project 'Noord-Kennemerland gezond weer op'? Om de eerste onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden is de Theory of Planned Behaviour (TPB) (Ajzen, 1991) gebruikt. Er is onderzocht in hoeverre de gedragsdeterminanten, zoals deze in de TPB vastgelegd zijn, van invloed zijn op het gezonde eet- en beweeggedrag van kinderen. De data voor dit gedeelte van het onderzoek is verkregen door middel van vragenlijsten, die ingevuld zijn door 429 kinderen uit groep 4 t/m 6 (7 t/m 10 jaar). Ook hebben de ouders van deze kinderen een vragenlijst ingevuld, zodat de invloed van de ouders op het gedrag van de kinderen ook onderzocht kon worden. Door middel van een correlatie- en regressie- analyse zijn de verbanden tussen de gedragsdeterminanten en het gedrag vastgesteld. De tweede onderzoeksvraag is beantwoord door een procesevaluatie (onderzoeksvraag 2a) en een effectevaluatie (onderzoeksvragen 2b, 2c en 2d) uit te voeren bij het project 'Noord-Kennemerland gezond weer op'. De procesevaluatie bestond uit interviews met een aantal projectgroepleden, waaruit knelpunten en successen van de projectopzet en -uitvoering naar voren kwamen. De onderzoeksvragen van de effectevaluatie zijn beantwoord door middel van een kwantitatief quasi-experiment. Dit quasi-experiment bestond uit vier onderzoeksgroepen, één groep die zowel de hele interventie heeft gehad, één groep die alleen de placemat heeft gehad, één groep die alleen de les van de beweegpiet heeft gehad en één groep die geen interventie heeft gehad. Voor dit onderzoek zijn vragenlijsten ingevuld door 429 kindeen uit groep 4 t/m 6 en 170 ouders. Deze kinderen hebben allemaal één vragenlijst individueel ingevuld, terwijl zij op school zaten. De ouders kregen een vragenlijst van de kinderen en konden deze thuis invullen. Daarna konden zij de vragenlijst terugsturen naar de GGD. Aan de hand van deze vragenlijsten zullen zowel onderzoeksvraag 1 als de onderzoeksvragen van de effectevaluatie beantwoord worden. Onderzoeksvraag 1 is als volgt beantwoord; De determinanten intentie en waargenomen gedragscontrole zijn van invloed op het eet- en beweeggedrag van kinderen. De attitude en de subjectieve norm hebben echter indirect ook invloed, omdat zij de belangrijkste voorspellers zijn van de intentie. Deze uitkomsten kwamen overeen met de veronderstelde verbanden van de TPB. De belangrijskte afwijking van het model is de sterke invloed van de ouders. De ouders hebben invloed op het gedrag van de kinderen met hun eigen gedrag en door middel van de subjectieve norm. Uit de effect evaluatie kwam naar voren dat het project 'Noord-Kennemerland gezond weer op' veel kinderen heeft bereikt (8.175 kinderen hebben de les van de beweegpiet gehad, en nog meer kinderen de placemat). Zowel de kinderen als hun ouders beoordelen het project erg positief. Ook zijn er effecten gevonden, die toegeschreven kunnen worden aan het project. Deze effecten zijn voornamelijk kennis- en attitude-effecten. De kinderen die aan het project hebben deelgenomen weten beter hoeveel stuks fruit zij per dag moeten eten en hoeveel uur per dag zij moeten bewegen dan de kinderen die niet aan het project deelgenomen hebben. Ook staan de kinderen positiever tegenover gezond eten en bewegen wanneer zij deelgenomen hebben aan het project. De les van de beweegpiet heeft voornamelijk invloed gehad op de kennis van de kinderen met betrekking tot bewegen, terwijl de placemat zorgde voor een attitudeverandering. Bij de ouders zijn geen effecten gevonden. Uit de interviews met de projectgroep kwam naar voren dat de opzet en uitvoering van het project goed verliepen, maar dat de taakverdeling en tijdsbesteding van tevoren niet duidelijk was. De aanbevelingen voor de GGD (als projectleider), die gedaan zijn naar aanleiding van deze procesevaluatie, luiden als volgt: - één projectcoördinator aanwijzen en aan iedereen duidelijk maken wie dit is; - duidelijke afspraken maken over tijdsbesteding en taakverdeling; - duidelijke afspraken maken over wie de pers benadert en hoe dit gebeurt; - duidelijke afspraken maken over een vervolgtraject en wanneer dat gestart wordt; - ervoor zorgen dat iedereen zijn/haar taken uitvoert (in dit onderzoek bleek dat niet alle scholen die placemat hadden uitgedeeld, terwijl dit wel de bedoeling was). Concluderend kan gezegd worden dat het project een succes was en dat er belangrijke effecten behaald zijn. Vervolginterventies zouden zich moeten richten op de attitude, de subjectieve norm en de waargenomen gedragscontrole om ervoor te zorgen dat de kinderen een positieve intentie hebben ten opzichte van het gewenste gedrag. Hierbij zou de beweegpiet en de placemat wederom ingezet kunnen worden. Verder zouden er doelgroepgerichte interventies ontwikkeld kunnen worden. Deze interventies zouden zich dan bijvoorbeeld kunnen richten op allochtonen, op kinderen met overgewicht of op ouders.
Item Type:Essay (Bachelor)
Clients:
GGD Noord-Kennemerland
Faculty:BMS: Behavioural, Management and Social Sciences
Subject:05 communication studies
Programme:Communication Studies BSc (56615)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/57808
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page