University of Twente Student Theses

Login

Daadkracht der verbindingen : netwerktechnologie voor naleving en handhaving in een netwerkmaatschappij

Boland, D. (2005) Daadkracht der verbindingen : netwerktechnologie voor naleving en handhaving in een netwerkmaatschappij.

[img]
Preview
PDF
857kB
Abstract:Veiligheid en leefbaarheid komen tot stand door norm-conformiteit. Wanneer de burger de maatschappelijke regels naleeft, liggen veiligheid en leefbaarheid in het verlengde. Dit vereist voor de veiligheidssector een bepaalde mate van zorg voor naleving en handhaving. Een bepaalde mate, want, de moderne burger vraagt ook om een bepaalde mate van vrijheid: spanningsveld. Optimale vrijheid en maximale veiligheid en leefbaarheid. Op het eerste gezicht lijken dit elkaars inverse. Het doel van dit onderzoek is allereerst een eerste (theoretische) poging tot het vinden van een oplossing om beide kanten met elkaar te verenigen. Het blijkt dat deze oplossing niet eenvoudig is. Dit onderzoek toont aan dat de oplossing gelegen kan zijn in het toepassen van netwerktechnologie in handhaving- en nalevingstrategieën, maar ook in het toepassen van netwerktechnologie zodat de burger zijn eigen steentje kan bijdragen aan veiligheid. Het tweede (praktische) doel is onderzoeken of deze oplossing al door de veiligheidssector is (h)erkend. Sleutelwoorden: netwerktechnologie, burger, handhaving, naleving, veiligheid, verbinding (selectiviteit), boodschap (interactiviteit) en burgerinitiatief. In onze moderne netwerkmaatschappij zijn drie kenmerken in het bijzonder van invloed op het gedrag van de burger: 1. De complexiteit van de maatschappij (de burger ziet de uitwerking van zijn eigen handelen niet meer). 2. De differentiatie en emancipatie (mensen staan zelfstandiger in hun leven). 3. De versplinterde moraal (de gemiddelde burger bestaat niet en kan dus ook niet aangesproken worden op zijn gedrag). Het is gebleken dat de veiligheidssector op een klassieke, centralistische en controlerende wijze reageert op deze kenmerken in de maatschappij, terwijl de burger zich juist nog individueler en meer vrijgevochten opstelt. In de wetenschap wordt dan ook wel gesproken over een paradoxale situatie. De bijbehorende paradox onder het tweede kenmerk (de burger bestaat niet) is bijvoorbeeld de differentiatie paradox. Aan de ene kant impliceert structurele differentiatie een steeds verdergaande splitsing van maatschappelijke eenheden in afzonderlijke delen, waarbij die delen elk een eigen functie krijgen (verzelfstandiging). Maar hierdoor zijn deze delen wel op elkaar aangewezen. De keerzijde van verzelfstandiging is dan ook dat de onderlinge afhankelijkheid groeit. Dit betekent dus dat DE burger niet bestaat, maar dit betekent niet dat de burgers onderling niet afhankelijk van elkaar zijn. De overheid reageert slechts op één van de twee kanten van de paradox (en probeert zoveel mogelijk aan de gemiddelde burger te refereren voor een gevoel van samenhorigheid) en dit brengt spanning met zich mee wanneer de burger zich in de andere kant van de paradox (onafhankelijkheid) nestelt. Echter, een paradoxale situatie impliceert een schijnbare tegenstrijdigheid. Maar meer en meer wordt duidelijk dat deze twee geschetste reacties op differentiatie niet schijnbaar tegenstrijdig zijn, maar dat het gaat om reële tegenstellingen van de moderniteit. Dit onderzoek wil daarom niet meer spreken van een paradoxale situatie maar van een duale situatie. Dit onderzoek onderkent wel het spanningsveld tussen deze twee situaties en probeert dit spanningsveld te reduceren door nieuwe mogelijkheden te ontdekken om op een alternatieve wijze te kunnen reageren op de dualiteit van de geschetste kenmerken. Het toverwoord binnen dit onderzoek is: verbinden. Verbinden van optimale vrijheid en maximale veiligheid, door het zoveel mogelijk reduceren van het spanningsveld in de dualiteit van de drie kenmerken. Deze nieuwe mogelijkheden liggen in het gebruik van netwerktechnologie omdat netwerktechnologie zowel de technologische als sociale aspecten van sociaal-morele gedragsbeïnvloeding met elkaar verbindt. Het technische aspect van netwerktechnologie (verbinding) zorgt ervoor dat de veiligheidssector toch voldoende centraal kan optreden tegen ongewenst gedrag. De sociale component van netwerktechnologie (boodschap) zorgt ervoor dat de burger zich toch voldoende vrijgelaten voelt in zijn gedragingen. Dit onderzoek ziet in netwerktechnologie drie daadkrachten als antwoord op de drie bovengenoemde kenmerken van onze netwerkmaatschappij: 1. Netwerktechnologie kan de complexiteitservaring in de maatschappij reduceren door meso-verbindingen tussen burgers te versterken en een rol te vervullen in de mediatie tussen de burger en de maatschappij. 2. Netwerktechnologie faciliteert zowel de macht van de decentrale eenheden als de macht van het centrum en kan zo tegemoet komen aan de wens van de individuele burger voor meer invloed op het veiligheidsproces en tegelijkertijd de roep om een centrale, leidinggevende overheid. 3. Netwerktechnologie kan door het op bepaalde plaatsen (realtime) beschikbaar stellen van relevante feitelijke informatie utilitair denken bewerkstelligen (zowel voor de groep als voor zichzelf) en daarmee de burger enerzijds sturen in zijn gedrag en anderzijds een bepaald niveau van vrijheid geven. Vanuit wetenschappelijk communicatieperspectief zijn deze hypothesen nog niet voldoende uitgewerkt in de criminologie. Dit onderzoek probeert hier een invulling aan te geven en introduceert daarmee het onderwerp 'Crimunicatie': hoe kunnen we door middel van communicatie crimineel gedrag bestrijden door enerzijds sterk op handhaving of naleving in te zetten, maar de burger anderzijds toch een bepaalde mate van (gevoel van) vrijheid mee te geven? De oplossing voor de vereniging van het spanningsveld lijkt dus te liggen in netwerktechnologie. De vraag is in hoeverre de veiligheidssector dit al heeft herkend en hier wat mee doet. Het is gebleken, naar aanleiding van het inventariseren van initiatieven in de veiligheidssector, dat in de veiligheidssector een onderverdeling wordt gemaakt in de onderstaande burgerrollen in combinatie met de manier hoe de burger wordt aangesproken. 1. De burger als overtreder: zuiver technologische benadering (focus op Verbinding), direct gerelateerd aan opsporen en repressief van aard. (Technische voorzieningen in gestolen goederen, de Catch-ken en het Elektronisch huisarrest). 2. De burger als slachtoffer: wel sprake van een sociale component (boodschap) maar deze is niet interactief (topdown informatieverstrekking). (Smsalarm en de Risicokaart). 3. De burger als verlengstuk van de veiligheidsbranche: voor (repressieve) handhaving en opsporing. Zowel gebruik gemaakt van een Verbinding als van een boodschap. De boodschap is vaak ook interactief, maar het initiatief ligt nog altijd bij de veiligheidsbranche zelf, en niet bij de burger. De burger wordt pas ingezet op het moment dat de Veiligheidsbranche dit nodig acht. (Burgernet, Buurtbeeld, het Voetbalsmsje en Amber Alert). Waar zijn de autonome burgerinitiatieven: bottom-up en preventief van aard?
Item Type:Essay (Master)
Faculty:BMS: Behavioural, Management and Social Sciences
Subject:05 communication studies
Programme:Communication Studies MSc (60713)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/57812
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page