Een georganiseerd domein: onderzoek naar organisatievormen voor ccTLD beheer en hun maatschappelijke effecten

Ars, Pascal (2009) Een georganiseerd domein: onderzoek naar organisatievormen voor ccTLD beheer en hun maatschappelijke effecten.

[img]
Preview
PDF
1MB
Abstract:Kan een publieke taak als het beheer van het landelijke internetdomein in z’n geheel worden overgelaten aan private partijen of is deze taak voorbehouden aan de overheid? Een belangrijke vraag in het kader van het private beheer in Nederland, dat voor ophef heeft gezorgd in bepaalde politieke kringen. Deze ophef is de aanleiding geweest voor een onderzoeksopzet waarin organisatievormen voor het beheer van het landelijke internetdo-mein, ccTLD beheer genaamd, worden vergeleken. De focus is daarbij gelegd op de uitwerking die het functioneren van de beheerders heeft op de maatschappij. De resultaten vormen een aanwijzing dat over het algemeen publiek noch privaat optimaal scoren vanuit maatschappe-lijk oogpunt. Een gereguleerde middenweg presteert in een aantal opzichten beter dan de rest. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: hoe kan de variëteit aan organisatievormen voor ccTLD beheer worden verklaard en in hoeverre hebben verschillende organisatievormen verschillende maatschappelijke effecten? Het onderzoek beperkt zich tot beheerders in de Europese Unie. De benodigde gegevens voor het beantwoorden van de hoofdvraag zijn verzameld aan de hand van documentanalyse, bestaande statistieken en een elektronische vragenlijst aan ccTLD beheerders. Op basis van een aantal criteria, die zijn opgesteld met het oog op de homogeniteit van de onderzoekspopulatie en de haalbaarheid van het onderzoek, zijn twaalf ccTLD beheerders binnen de EU geselecteerd. Elf daarvan hebben meegewerkt aan het onderzoek. Om te beginnen zijn de organisatievormen van ccTLD beheer in deze 11 landen gecategori-seerd aan de hand van twee kenmerken: 1) de autonomie van de ccTLD beheerder ten opzichte van de overheid en 2) de typering van de ccTLD beheerder in termen van publiek of privaat eigendom. Het resultaat is een spectrum van vijf organisatievormen. In volgorde op de dimensie privaat – publiek zijn dat: privaat zelfbestuur, regulering, publiek-private samenwerking, externe verzelfstandiging en publieke dienst. Vervolgens is geprobeerd de rol van drie factoren bij het ontstaan van de organisatievor-men vast te stellen. Ten eerste is er aandacht voor kopieergedrag dat organisaties kunnen vertonen in reactie op hun institutionele omgeving, met gelijkvormigheid van organisaties tot gevolg. Hiervoor is gekeken naar de invloed van twee ogenschijnlijk belangrijke factoren: ICANN (de overkoepelende organisatie wat betreft de technische infrastructuur) en ccTLD beheerders in andere landen. Deze hebben echter volgens de meeste organisaties niet of nauwelijks een rol gespeeld. Een andere factor die mogelijk wel een rol heeft gespeeld is het type welvaartsstaat waarin een ccTLD beheerder actief is. Het type welvaartsstaat geeft inzicht in de wijze waarop overheden omgaan met bepaalde taken die, afhankelijk van het type welvaartsstaat, in meer of mindere mate als publiek worden beschouwd, en zou in die zin wellicht ook een rol gespeeld kunnen hebben bij de vorming van de organisaties. Het blijkt dat er interessante overeenkom-sten zijn tussen het type welvaartsstaat en de organisatievorm, maar dat deze redelijk beperkt zijn, waardoor over de gehele linie niet gesteld kan worden dat deze factor een rol heeft gespeeld. De derde factor die in dit kader is bestudeerd betreft de mate waarin de transactiekosten-theorie (TCE) een rol gespeeld heeft bij de overweging van de overheid om de huidige organisatievorm te hanteren. TCE geeft namelijk inzicht in de geschiktheid van organisatie-vormen aan de hand van de kenmerken van een transactie. Hoewel dit van oorsprong commerciële transacties betreft is de theorie met enige aanpassing ook geschikt voor publieke sector transacties, zoals het ccTLD beheer. Indien TCE een rol heeft gespeeld dan moet dat blijken uit de mate waarin o.a. rekening is gehouden met de kosten voor het houden van toezicht, de specifieke kennis en vaardigheden die nodig zijn voor ccTLD beheer en de 3 veranderlijkheid van de wensen van de burger ten opzichte van ccTLD beheer. Het blijkt dat deze aspecten alleen bij de keuze voor een ‘tussenliggende’ organisatievorm (niet zijnde privaat zelfbestuur of publieke dienst) van redelijk belang zijn geweest. Het tweede deel van de hoofdvraag betreft maatschappelijke effecten, oftewel de uitwer-king die het functioneren van een ccTLD manager heeft op de maatschappij. De maatschappe-lijke effecten worden in navolging van gelijksoortig onderzoek gemeten aan de hand van primaire doelstellingen van ccTLD beheerders, secundaire doelstellingen van beleidsmakers en de responsiviteit van de beheerders naar internetgebruikers. Voor het beoordelen van de primaire doelbereiking is gekeken naar kostenefficiëntie en stabiliteit van het ‘domain name system’ (DNS), het technische systeem achter domeinnamen. Het is niet mogelijk gebleken om kostenefficiëntie te beoordelen aan de hand van de beschikbare gegevens. Wel is het inzicht ontstaan dat de hoogte van de totale kosten van het beheer te verklaren is door de mate waarin aanvullende maatregelen worden gehanteerd en extra diensten worden aangeboden. Stabiliteit van het DNS is gemeten aan de hand van de toereikendheid van de naamservers die nodig zijn voor de werking van het systeem. Het aantal naamservers ten opzichte van de populariteit van een ccTLD in termen van DNS verzoeken per seconde geeft een indicatie van de stabiliteit. Daarbij is ook gekeken naar de technologie die wordt gebruikt in de naamser-vers. In het geval van Oostenrijk, Zweden, België en Finland lijkt deze hoger te zijn dan die van de overige registries. Deze zitten veelal op een lijn, met als uitzonderingen Portugal en Spanje, die extra risico lopen, omdat geen gebruik wordt gemaakt van de Anycast technologie. De secundaire doelbereiking is beoordeeld op basis van de mate waarin innovatieve technologie wordt toegepast door de beheerders en de wijze waarop ze persoonsgegevens beschermen. De innovatiescore van de beheerders laat zien dat Zweden, Oostenrijk, Finland en Portugal voorlopen op de rest. Over de gehele linie kan regulering met enige voorzichtigheid het meest innovatief genoemd kan worden. Wat betreft de inzet van middelen om persoonsge-gevens te beschermen onderscheiden met name Zweden, Italië, Nederland en Spanje zich in positieve zin. In de analyse van de responsiviteit van de ccTLD beheerders komt tot uiting dat er drie groepen te onderscheiden zijn op basis van de participatie van internetgebruikers in de organisatie en in het beleidsproces. Net als bij de secundaire doelen worden ook op het gebied van responsiviteit grote verschillen aangetroffen, waarbij de lage scores van Finland, België en het Verenigd Koninkrijk het meest opvallen, naast de relatief hoge score van Frankrijk, Zweden en Italië. Wat betreft de verschillen per organisatievorm is voorzichtig geconcludeerd dat regulering over de gehele linie de meest positieve maatschappelijke effecten heeft. De organisatievorm scoort het meest positief wat betreft secundaire doelstellingen en responsiviteit en doet ook qua stabiliteit niet onder voor de ander organisatievormen. Externe verzelfstandiging is qua stabiliteit het minst positief beoordeeld. Privaat zelfbestuur en publieke dienst hebben de minst positieve maatschappelijke effecten wat betreft secundaire doelstellingen. Ook de responsiviteit is in de meeste landen met die organisatievormen lager. Deze resultaten zijn ten slotte bestudeerd vanuit de transactiekostentheorie. Een belang-rijke aanname uit deze theorie is dat afstemming van de beheersstructuur op de transactie zou moeten leiden tot minimale transactiekosten en betere prestaties. Het beheer is een transactie met gemengde investeringen en gemiddelde onzekerheid. De bijbehorende beheersstructuur dient op een efficiënte wijze een zekere mate van waarborging en flexibiliteit te bieden. De vijf aangetroffen organisatievormen zijn voor zover mogelijk getypeerd in termen van beheers-structuren en er is geconcludeerd dat regulering de meest geschikte is. Enige terughoudend-heid is gepast, omdat bepaalde gegevens ontbreken. Gezien de maatschappelijke effecten van regulering is deze voorlopige conclusie in lijn met de verwachting dat de meest geschikte organisatievorm het best presteert.
Item Type:Essay (Master)
Faculty:BMS: Behavioural, Management and Social Sciences
Subject:88 social and public administration
Programme:Public Administration MSc (60020)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/60196
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page