Daarom passen Scandinaviërs zich zo makkelijk aan : 'cultuurfit' en de prestaties van buitenlandse spelers in de Eredivisie

Beijen, Robin (2012) Daarom passen Scandinaviërs zich zo makkelijk aan : 'cultuurfit' en de prestaties van buitenlandse spelers in de Eredivisie.

[img]
Preview
PDF
2MB
Abstract:In deze bacheloropdracht wordt gekeken in hoeverre de cultuurdimensies van Hofstede et al. (2011) invloed uitoefenen op de prestaties (in zowel sportief- als financieel opzicht) van individuele, buitenlandse spelers in de Eredivisie. Daarbij wordt getracht om antwoord te geven op de volgende hoofdvraag: ‘In hoeverre beïnvloedt een fit op basis van cultuur (Hofstede et al., 2011) de prestaties van buitenlandse spelers in de Nederlandse Eredivisie?’ De verwachting is dat spelers over het algemeen beter zullen presteren naarmate de verschillen kleiner zijn tussen de dimensiescores van het land van herkomst en de dimensiescores van Nederland (een negatieve relatie dus). Prestaties worden in zowel sportief opzicht (aantal gespeelde competitiewedstrijden) als in financieel opzicht (marktwaarde-indicaties en werkelijk betaalde transfersommen) gemeten. Wanneer de beschreven relatie significant blijkt te zijn, kan daarmee een gerichter advies worden uitgebracht aan Nederlandse BVO’s ten aanzien van hun spelersbeleid. Uit de resultaten is gebleken dat een negatieve relatie tussen ‘cultuurfit’ en sportieve prestaties beperkt blijft tot de cultuurdimensie masculiniteit. Nederland is een feminien land en spelers uit even feminiene landen presteren sportief gezien beter bij BVO’s in de Eredivisie dan spelers uit landen waar het verschil op deze cultuurdimensie groter is. Bij de financiële prestaties is er geen sprake van een negatieve relatie met ‘cultuurfit’. Voor de individualisme-index geldt wel het tegenovergestelde: hoe groter het verschil met de Nederlandse score, hoe beter de financiële prestaties. Nederland heeft een individualistische cultuur, maar spelers uit collectivistische landen maken over het algemeen een hogere stijging in marktwaarde en transferwinst door. Met het oog op de sportieve prestaties, betekent dit voor BVO’s in de Eredivisie dat zij bij het aantrekken van een nieuwe speler beter kunnen kiezen voor een speler uit een feminiene cultuur dan uit een masculiene cultuur (mits de spelers op andere beslissingscriteria weinig van elkaar verschillen, zoals talent). Voorbeelden van feminiene landen waar BVO’s in dat geval spelers kunnen ‘wegplukken’, zijn de Scandinavische landen. De Zweedse en Deense competitie zijn ook op dit moment al een populair scoutingsgebied voor veel BVO’s in de Eredivisie. Op basis van de financiële prestaties van een individuele speler, lijkt het verstandiger om spelers uit collectivistische culturen te halen in plaats van individualistische culturen. Dat zou betekenen dat BVO’s op zoek moeten gaan in Zuid-Amerika, Afrika en Zuidoost Azië. Het is echter de vraag of de financiële drempel daarvoor niet te hoog is met het oog op de hogere scoutingkosten en de wettelijke eis dat spelers buiten de EU minimaal 150 procent van het gemiddelde jaarsalaris in de Eredivisie moeten krijgen. Dit onderzoek biedt verschillende opties voor vervolgonderzoek. Zo kan het onderzoek worden gerepliceerd in buitenlandse competities of in andere bedrijfstakken om daarmee de externe validiteit van de bevindingen te vergroten. Ook kunnen er enkele aanpassingen worden gemaakt aan het onderzoeksdesign, bijvoorbeeld door het toevoegen van een kwalitatieve dimensie om daarmee andere (aanverwante) theoretische concepten te toetsen.
Item Type:Essay (Bachelor)
Faculty:BMS: Behavioural, Management and Social Sciences
Subject:88 social and public administration
Programme:Public Administration BSc (56627)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/61970
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page