Helmtherapie of afwachten? Een onderzoek naar de voorkeur van kinderfysiotherapeuten voor een behandelmethode van schedeldeformatie

Maas, Evelien van der (2010) Helmtherapie of afwachten? Een onderzoek naar de voorkeur van kinderfysiotherapeuten voor een behandelmethode van schedeldeformatie.

[img]
Preview
PDF
936kB
Abstract:Aanleiding. Wanneer het hoofd van een zuigeling vervormd is door prenatale of postnatale externe invloeden op de schedel, spreekt men van schedeldeformatie (Van Vlimmeren e.a., 2009). De Universiteit Twente doet op dit moment onderzoek (de HEADS studie) naar de effectiviteit en kosten van helmbehandeling en een afwachtend beleid bij schedeldeformatie. De effectiviteit van helmtherapie is namelijk nog niet wetenschappelijk bewezen. De aanleiding van dit onderzoek is een aantal uitspraken van kinderfysiotherapeuten, waaruit bleek dat zij een voorkeur hadden voor helmtherapie als behandeling van schedeldeformatie. Hebben kinderfysiotherapeuten ondanks het gebrek aan informatie over de effectiviteit inderdaad een voorkeur voor helmtherapie en waar baseren ze de voorkeur op? Doel. Het doel van dit onderzoek is te onderzoeken of kinderfysiotherapeuten een voorkeur hebben voor een behandelmethode van schedeldeformatie, op basis waarvan deze voorkeur bestaat en of ze deze eventuele voorkeur vertalen in een advies aan de ouders van het kind. Vraagstelling. Aan de hand van literatuuronderzoek zijn er drie variabelen gedefinieerd, waarvan wordt onderzocht of deze samenhangen met de voorkeur van kinderfysiotherapeuten: ervaring, overtuigingen en de subjectieve norm. Onder de ervaring van de kinderfysiotherapeut valt de persoonlijke ervaring met de twee behandelmethoden. De overtuigingen van de kinderfysiotherapeut zijn de verwachtingen over de effectiviteit van de behandeling. De subjectieve norm is de verwachting van de behandelaar over de meningen in de sociale omgeving. De vraagstelling luidt als volgt: Hangt een eventuele voorkeur van kinderfysiotherapeuten voor een behandelmethode van schedeldeformatie en de richting daarvan samen met hun ervaring, overtuigingen en/of een subjectieve norm? Opzet. Kwantitatief en verklarend. Methode. Nadat literatuuronderzoek is gedaan naar verschillende modellen om gedrag te voorspellen, is een keuzemodel (pagina 21) opgesteld om de voorkeur van kinderfysiotherapeuten voor een behandelmethode van schedeldeformatie in kaart te brengen. De verklarende factoren voor de voorkeur zijn in dit model de eerdergenoemde subjectieve norm, de ervaring en de overtuigingen. Door (online) vragenlijsten is er geïnventariseerd waar de voorkeur van kinderfysiotherapeuten mee samenhangt. Deze vragenlijsten zijn naar ongeveer 800 kinderfysiotherapeuten gestuurd, die in de periode oktober 2006 tot oktober 2009 hebben deelgenomen aan de workshop “Zuigelingenasymmetrie en Plagiocephalometrie”. De resultaten van de vragenlijsten zijn met het programma SPSS geanalyseerd. Resultaten en conclusies. Uiteindelijk hebben 387 kinderfysiotherapeuten de vragenlijst ingevuld. De sterkste correlatie met de voorkeur is het verwachte herstel van de schedelvervorming bij een afwachtend beleid. Bij de voorkeur voor helmtherapie blijkt dat het meervoudige regressiemodel met de acht ingevoerde variabelen voor 44,2% de variatie in de uitkomstvariabele, de voorkeur voor helmtherapie, voorspellen, bij een afwachtend beleid 36,5%. De voorkeur voor een behandeling is erg verdeeld onder de kinderfysiotherapeuten: er is geen eenduidige richting gevonden. 46,9% van de respondenten gaf aan (zeker) wel een advies te geven aan de ouders op basis van hun voorkeur.
Item Type:Essay (Bachelor)
Faculty:BMS: Behavioural, Management and Social Sciences
Subject:88 social and public administration
Programme:Health Sciences BSc (56553)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/62816
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page