University of Twente Student Theses

Login

Energieprestatiecertificaten in Nederland: een onderzoek naar de effectiviteit van het energieprestatiecertificaat

Slijkhuis, J. (2013) Energieprestatiecertificaten in Nederland: een onderzoek naar de effectiviteit van het energieprestatiecertificaat.

[img]
Preview
PDF
6MB
Abstract:Sinds de eerste oliecrisis in 1973 is het een belangrijk doel van Europa om energie te besparen. Was dit vroeger om olie te besparen, nu is het een belangrijk doel in verband met CO2-gebruik. Aangezien 40% van het energieverbruik in huis plaats vindt, heeft de Europese Commissie besloten om op de energie-efficiënter van gebouwen te letten. De Europese Commissie tracht dit te reguleren door middel van richtlijnen die bepalen dat bij de verkoop en/of verhuur van gebouwen een energieprestatiecertificaat overlegt dient te worden. In Nederland is deze plicht sinds 2008 ook ingevoerd. Wanneer er in Nederland gekeken wordt naar de verhouding aantal verkochte huizen tegen het aantal energieprestatiecertificaten eind 2011 heeft slechts 30,0% van de verkochte woningen een energieprestatiecertificaat. Het CBS publiceerde in 2011 dat in 2010 slecht 15,5% van de verkochte woningen een energieprestatiecertificaat bezat. Genoemde cijfers suggereren dat het energieprestatiecertificaat in Nederland niet goed werkt. Het doel van dit onderzoek is dan ook om te kijken of de regulering van energieprestatie van gebouwen goed werkt en hoe het eventueel beter zou kunnen werken. Om dit te onderzoeken is de volgende hoofdvraag gesteld: ‘In hoeverre kan de energieprestatie van gebouwen in Nederland effectiever worden gereguleerd?’ Om deze hoofdvraag te beantwoorden zijn de volgende deelvragen gebruikt: ‘Wat behelst de wettelijke plicht op het gebied van energieprestatie voor gebouwen, en hoe is deze plicht tot stand gekomen?’ ‘Op welke wijze draagt certificering volgens reguleringstheorieën bij aan gedragsverandering?’ ‘In hoeverre is de huidige reguleringsvorm van energieprestatiecertificaten effectief in Nederland?’ Deze deelvragen zijn beantwoord door middel van documentenonderzoek en een literatuurstudie. De huidige wettelijke plicht is vastgelegd in de Beg en in de Reg. Hierin is geregeld dat bij de verkoop en bij de verhuur van een gebouw een energieprestatiecertificaat overlegd dient te worden. Deze regelgeving is naar aanleiding van richtlijn 2002/91/EG geïmplementeerd. De Europese Commissie heeft deze richtlijn geëvalueerd en is tot richtlijn 2010/31/EU gekomen. De belangrijkste wijziging hierbij is de sanctie bij niet-naleving. De regelgeving ter implementatie van richtlijn 2010/31/EU diende op 9 juli 2012 vastgesteld te zijn en diende uiterlijk op 1 januari 2013 geïmplementeerd te zijn. De Nederlandse regering kwam met het wetsvoorstel ‘Wet kenbaarheid energieprestatie gebouwen’ om te voldoen aan richtlijn 2010/31/EU. Dit wetsvoorstel om te voldoen aan de richtlijn is 20 november 2012 ter stemming gebracht en verworpen, waardoor de Nederlandse regelgeving ten aanzien van energieprestatie van gebouwen op de oude richtlijn 2002/91/EU gebaseerd is. Het huidige Besluit energieprestatie gebouwen heeft ten aanzien van richtlijn 2010/31/EU op het gebied van energieprestatiecertificering de volgende tekortkomingen: - Sanctiemogelijkheden bij afwezigheid van een energieprestatiecertificaat zijn niet geregeld - Afficering voor publieke gebouwen is niet goed geregeld, de grens dient aangepast te worden - Advertentieplicht van de energieprestatie-indicator bij commerciële advertenties is niet geregeld. Hieruit blijkt dat de huidige regelgeving vervangen, dan wel aangevuld dient te worden. Certificering kan plaatsvinden in de volgende reguleringsstrategieën: ‘Command & Control’, zelfregulering, marktregulering en architectuur. De effectiviteit van de bekeken reguleringsstrategieën hangt naast de reguleringsstrategie eigen randvoorwaarden af van de naleving. De naleving kan voorspeld worden door middel van de Tafel van Elf. Hierbij wordt gekeken in hoeverre er sprake is van spontane naleving, in welke mate controle is geregeld, en in welke mate er gesanctioneerd wordt. Kijkend naar richtlijn 2010/31/EU kunnen alle vier de reguleringsstrategieën een rol spelen in de implementatie van de richtlijn. Alternatieven in Europa laten echter alleen het gebruik van ‘Command & Control’ en zelfregulering zien.
Item Type:Essay (Master)
Faculty:BMS: Behavioural, Management and Social Sciences
Subject:88 social and public administration
Programme:Public Administration MSc (60020)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/63891
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page