University of Twente Student Theses

Login

Zelfmanagement & e-health bij patiënten met een chronische aandoening : Onderzoek naar het gebruik van Mijn Gezondheidsplatform in het bevorderen van zelfmanagement

Alfing, J. (2014) Zelfmanagement & e-health bij patiënten met een chronische aandoening : Onderzoek naar het gebruik van Mijn Gezondheidsplatform in het bevorderen van zelfmanagement.

[img]
Preview
PDF
1MB
Abstract:Achtergrond- Omdat het aantal mensen met een chronische aandoening stijgt, en daarmee de kosten van het managen van de aandoening is het van belang om de zorg te herstructureren. De behandeling van een chronische aandoening dient gericht te zijn op het managen van de aandoening door de patiënt en de zorgverlener, met andere woorden het verminderen van symptomen en verergering voorkomen. Het chronic care model (CCM-model) biedt een multidimensionaal raamwerk bestaande uit meerdere elementen die bij toepassing in de chronische zorg tot betere gezondheidsuitkomsten kunnen leiden. Een belangrijk element uit het CCM-model is zelfmanagement, waarbij de rol van de patiënt het meest centraal staat. Om de patiënt de eigen aandoening zelf te leren managen zijn een viertal aspecten van belang: kennis verkrijgen over de eigen aandoening, monitoring van de aandoening, leefstijlverbetering en gebruikmaking van ondersteuning naar draagkracht en draaglast om aan zelfmanagement te kunnen doen. Om de patiënt de aandoening zelf te leren managen is de interactie en samenwerking tussen de patiënt en de zorgverlener essentieel; zorgverleners spelen hierbij een belangrijke rol in het coachen en motiveren/ stimuleren van de patiënt om aan zelfmanagement te (kunnen) doen. Ter ondersteuning van zelfmanagement kunnen aan patiënten met een chronische aandoening bepaalde programma’s via internet worden aangeboden (e-health). Mijn Gezondheidsplatform (MGP), ontwikkeld door Medicinfo (Tilburg) is zo’n programma. Het programma biedt uiteenlopende functies waarbij patiënten met ondersteuning van de zorgverlener kunnen voldoen aan de genoemde aspecten voor zelfmanagement: een uitgebreid persoonlijk gezondheidsdossier, leefstijlcoaches op het gebied van voeding, bewegen en stoppen met roken, een berichtencentrum voor communicatie met anderen en een onderdeel met gezondheidsinformatie. Omdat e-health technologieën een vrij nieuw medium innemen in de zorg, zijn er een aantal factoren die van invloed zijn op het gebruik en blijven gebruiken (adherence) van een programma als MGP. De belangrijkste voorspellers ten behoeve van het gebruik en adherence, zijn de gebruiksvriendelijkheid en de werking van het systeem alsmede de gebruikmaking van elementen die gebruikers motiveren en stimuleren om een e-health technologie te gebruiken (persuasieve elementen). Doel- MGP is in september 2012 als pilot gestart binnen 6 huisartsenpraktijken in de regio Zuidoost Brabant. Voor verdere implementatie is het van belang dat wordt bekeken wie de gebruikers zijn binnen MGP en welke functies worden gebruikt, of MGP bruikbaar is (beoordeling usability) volgens gebruikers maar ook zorgverleners, of MGP motiverend/ stimulerend (persuasief) is volgens gebruikers en zorgverleners en wat gebruikers en zorgverleners vinden van de ondersteuning van MGP bij zelfmanagement. Met dit onderzoek wordt daarom getracht antwoord te geven op deze vragen. Methoden- Analyse van loggegevens (n=187), gebruikerstesten (gebruikers n=10, zorgverleners n=5) en interviews (gebruikers n=10, zorgverleners n=5) zijn uitgevoerd onder patiënten met een chronische aandoening uit een zorgprogramma voor cardiovasculair risicomanagement (CVRM)/ cardiovasculaire ziekten (CVZ), diabetes of respiratoire aandoeningen en zorgverleners verbonden aan de deelnemende huisartsenpraktijken. Resultaten-Uit de loggegevens kwam naar voren dat er aan het eind van de studieperiode (juni 2013) 187 gebruikers zijn binnen MGP. Deze gebruikers hebben allen gebruik gemaakt van het uitgebreide persoonlijke gezondheidsdossier (mijn zorgdossier) waaronder het documenteren van gegevens zoals leefstijl, gezondheid en persoonlijke gegevens vallen, maar ook de mogelijkheid tot monitoring van de aandoening door meetwaarden bij te houden. Niet alle gebruikers hebben gebruik gemaakt van de functie coaches (20.3%, n=38). Uit de gebruikerstesten onder gebruikers en zorgverleners kwamen opmerkingen en problemen naar voren met betrekking tot het systeem zelf, de inhoud, de persuasiviteit en service van MGP ( n=401). Met deze opmerkingen kon er inzicht worden verkregen in de bruikbaarheid van MGP en kan het systeem waar mogelijk worden aangepast voor een betere uptake onder gebruikers. Uit de interviews kwam naar voren dat de ondervraagde gebruikers en zorgverleners open staan voor zelfmanagement. MGP wordt hierin als een goed ondersteuningsinstrument gezien omdat het een totaalpakket biedt waarin een verscheidenheid aan opties om zelfmanagement te faciliteren. De resultaten uit de interviews geven antwoord op de ervaring van zowel gebruikers als zorgverleners bij de ondersteuning van MGP bij zelfmanagement, tevredenheid over MGP, motiverende aspecten om MGP te gebruiken (persuasiviteit), het zorgproces en behandelrelatie en barrières voor het gebruiken van MGP. Bij zorgverleners kwam daarin ook de veranderende rol in ondersteuning van patiënten bij zelfmanagement aan de orde. Conclusie- MGP omvat aspecten welke patiënten nodig hebben ter ondersteuning van succesvol zelfmanagement; patiënten kunnen kennis opdoen over de aandoening, de eigen gezondheid monitoren en bewaken en het biedt mogelijkheden tot verbetering van leefstijl. Met dit onderzoek is de eerste stap gezet voor het onderzoeken van het gebruik, de bruikbaarheid van het systeem (usability), persuasiviteit en de toegevoegde waarde van MGP op zelfmanagement bij patiënten met een chronische aandoening. De resultaten uit dit onderzoek hebben laten zien dat er meer onderzoek nodig is naar adherence onder patiënten die MGP als ondersteuningsinstrument gebruiken bij zelfmanagement (Eysenbach, 2005). Hierbij dient gekeken te worden hoe MGP beter kan worden geïntegreerd en geïmplementeerd in de eerstelijnszorg (Nijland et al., 2011) waarbij wordt ingezet op meer interactie door samenwerking tussen patiënt en zorgverlener en meer stimulatie van de patiënt door de zorgverlener. Ook is het van belang te onderzoeken welke factoren van invloed zijn op het niet gebruiken van een systeem als MGP; uitgebreidere gebruikersprofielen (leeftijd, opleidingsniveau, need to belong, internetgebruik en persuasiviteit.) van beoogde gebruikers binnen de zorgprogramma’s voor CVRM/CVZ, diabetes en respiratoire aandoeningen dienen hiervoor te worden geanalyseerd.
Item Type:Essay (Master)
Faculty:BMS: Behavioural, Management and Social Sciences
Subject:77 psychology
Programme:Psychology MSc (66604)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/64855
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page