Inrichting rioolmodel zuiveringsgebied Beveren-Leie

Boom, Ruud (2014) Inrichting rioolmodel zuiveringsgebied Beveren-Leie.

[img]
Preview
PDF
4MB
Abstract:In het zuiveringsgebied Beveren-Leie is grotendeels een gemengd en verouderd rioleringsstelsel aanwezig. Hierdoor werkt de rioolwaterzuiveringsinstallatie niet optimaal. Bijkomend is de capaciteit van het stelsel ontoereikend. Rioolbeheerder Infrax heeft daarom gevraagd om een rioolmodel van de huidige toestand in Beveren-Leie, waarmee de knelpunten in het stelsel achterhaald kunnen worden. De hoofdvraag die beantwoord moet worden is: welke knelpunten kent het rioleringsstelsel in het zuiveringsgebied Beveren-Leie en hoe kunnen deze opgelost worden? Om een antwoord op de hoofdvraag te kunnen geven is eerst de werking van een rioleringsstelsel geanalyseerd. Het rioleringsstelsel zal uiteindelijk toevoeren op een rioolwaterzuiveringsinstallatie, waar het water wordt gezuiverd. Dit toevoeren kan gebeuren onder vrijverval, waarbij gebruik wordt gemaakt van de gravitatiekracht of mechanisch, waarvoor pompen nodig zijn. Daarnaast is er een verschil tussen een gemengd rioleringsstelsel, dat regen- en afvalwater afvoert door dezelfde leiding en een gescheiden stelsel. In de laatste wordt een aparte buis voorzien voor het regenwater en het afvalwater. In het doelgebied ligt grotendeels een gemengd stelsel onder vrijverval. Kleine gedeelten van het stelsel zijn uitgevoerd als gescheiden stelsel. In het stelsel zijn vier pompen aanwezig. Deze zorgen voor een goede werking van de mechanische delen van het stelsel. Om te komen tot een schematische voorstelling van het stelsel binnen het zuiveringsgebied werd gebruik gemaakt van de riooldeelbekkenbenadering. Het voordeel van deze benadering is dat minder belangrijke details buiten het model gehouden kunnen worden. Een riooldeelbekken is een gedeelte van het rioleringsstelsel waarvan één of meerdere overstorten het hydraulische gedrag bepalen en waarvan de doorvoer wordt bepaald door één knijpconstructie. Een knijpconstructie is een structuur die het doorvoerdebiet beperkt en een overstort zorgt voor evacuatie van water naar een uitstroompunt of een ander deel van het stelsel. Door deze benadering te hanteren is het studiegebied te zien als hydraulisch afkoppelbaar van omliggende gebieden. Hierdoor kan de invloed van deze omliggende gebieden op het studiegebied teruggebracht worden tot een aantal randvoorwaarden. Om te komen tot een model in InfoWorks-CS werd eerst het stelsel met zijn hydraulische structuren gedigitaliseerd. Dit werd grotendeels gedaan op basis van een reeds door de Antea Group opgestelde databank. Daarna werd het catchment opgebouwd, hieronder wordt de omgeving van het model verstaan. Tijdens de opbouw van het catchment werd bepaald welke oppervlaktes, zowel verhard als onverhard, toevoerden op het stelsel. Daarbij werd een indeling gemaakt in het soort oppervlakte door het toekennen van attributen aan het model. Hierbij werd onderscheid gemaakt naar oppervlaktetype, gebiedstype en type stelsel. Bijkomend werden nog attributen toegekend om het sedimentatiepeil in leidingen, het afkoppelingspercentage van bebouwing en de ruwheid van grachten te modelleren. Om de invloed van omliggende gebieden op correcte wijze te modelleren werden randvoorwaarden opgelegd aan het model. Dit werd gedaan door terreindocumentaties te bekijken en een terreinbezoek te verrichten. Voor alle in- en uitlaten, dit zijn plaatsen waar afwateringskanalen aansluiten op de riolering of andersom, werd vervolgens het geconstateerde waterpeil ten tijde van de metingen en het maximale waterpeil in het model gebracht. De validatie van het model werd gedaan op basis van kwalitatieve gegevens. Hiervoor werden de gemeente, de brandweer, het Agentschap voor geografische informatie Vlaanderen en omwonenden gevraagd. Waar nodig werden kleine aanpassingen in het model aangebracht om de werkelijkheid beter te benaderen. Tot slot werden er modelsimulaties uitgevoerd in InfoWorks-CS. De gebieden waar water op straat voorkwam bij een composietbui met een herhalingstijd van T = 2 jaar werden in kaart gebracht. Het stelsel zou bij een dergelijke bui niet voor wateroverlast mogen zorgen. In het studiegebied bleker er echter negen plekken in het stelsel aanwezig waar wel wateroverlast voorkwam tijdens de simulaties. Er kan op basis van de kwalitatieve validatie met enige zekerheid gesteld worden dat deze plaatsen ook in de werkelijke situatie overlast zullen geven. De mate waarin de aangedragen oplossingen voldoen om de problemen op te lossen is onzeker. Om hier meer zekerheid over te verkrijgen zal aanvullend onderzoek moeten worden gedaan.
Item Type:Essay (Bachelor)
Faculty:ET: Engineering Technology
Subject:56 civil engineering
Programme:Civil Engineering BSc (56952)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/66491
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page