University of Twente Student Theses

Login

Graafschade bij aanleg van glasvezelnetwerken

Slöetjes, Rob (2014) Graafschade bij aanleg van glasvezelnetwerken.

[img]
Preview
PDF
1MB
Abstract:Dit onderzoek bestaat uit een analyse van graafschade bij de aanleg van glasvezelnetwerken. Het onderzoeksdoel is het aanreiken van aangrijpingspunten voor de preventie van graafschade en toezicht op de Wion door Agentschap Telecom. Dit doel wordt nagestreefd door het onderzoek in twee delen op te splitsen. Het eerste onderdeel is het testen van de hypothese ‘De grootste opdrachtgevers veroorzaken absoluut gezien meer schade in de hoofdgeul dan bij de huisaansluitingen en vertonen hiermee een soortgelijk schadepatroon als Reggefiber’. Deze hypothese is getest door de verschillende opdrachtgevers in kaart te brengen en de schadepatronen met elkaar te vergelijken. In dit eerste onderdeel worden ook trends in de schadepatronen gesignaleerd. Het tweede deel bevat een analyse van het graafproces in de hoofdgeul. Door middel van interviews met opdrachtgevers, uitvoerders en grondwerkers, zowel aan de sleuf als op kantoor, is onderzocht welke preventiemethodes gebruikt worden om graafschade te voorkomen en of deze zinvol zijn. Het eerste onderdeel heeft uitgewezen dat Reggefiber de grootste opdrachtgever voor de aanleg van glasvezelnetwerken is met een aandeel van 88,9% in het aantal huisaansluiting in het vierde kwartaal van 2013. In het voorjaar van 2014 werd Reggefiber 87% van de schade in de hoofdgeul veroorzaakt en 13% bij tuinboringen. Een jaar eerder was de verdeling anders: 68% in de hoofdgeul en 32% in de tuinboringen. Opdrachtgever CIF vertoont eenzelfde patroon, bij Kabelnoord werden er in de hoofdgeul een fractie meer schades veroorzaakt dan in de tuinboringen. Door Reggefiber is in het voorjaar van 2014 0,54 schades per gegraven kilometer hoofdgeul veroorzaakt (CIF 1,44 en Kabelnoord 1,40 schades per kilometer) en 0,20 schades per geboorde kilometer in de tuin (CIF 0,38 en Kabelnoord 2,50 schades per kilometer). Een jaar eerder was dit bij Reggefiber 0,95 in de hoofdgeul en 0,90 in de tuin. Bij Reggefiber heeft er een grote reductie in het relatieve aantal schades plaatsgevonden. De verhouding van de graafmethode is ook veranderd ten opzichte van eerder onderzoek van Poppink (2013): Bij Reggefiber wordt 57% van de schades door machinaal graven veroorzaakt (2013: 64%) en 24% door handmatig graven (2013: 4%). Het schadepatroon van Kabelnoord komt slechts in grote lijnen overeen. Opvallend is dat bij Reggefiber 45% van de schade op een diepte minder dan 0,3 meter wordt veroorzaakt. In de praktijk worden er verschillende soorten preventiemethodes toegepast zoals de technische methodes voorsteken, gebruik van een borstelmachine, het maken van proefsleuven, het lezen van kaarten en gebruik van grondradar. Observaties wezen uit dat bij het voorsteken de kwaliteit wisselend was en dat de eerste graafbewegingen van de kraan vaak zonder voorsteken werden uitgevoerd. Daarnaast zijn er methodes die het gedrag van de graver trachten te beïnvloeden, bijvoorbeeld toolboxmeetings en een graafopleiding. De continuïteit in projecten en het graafproces is volgens aannemers ook van invloed op de wijze waarop preventiemethodes worden toegepast. Aannemers geven ook aan dat er psychologische aspecten zijn die invloed hebben op het gebruik van preventiemethodes. De trots van een grondwerker op het uitgevoerde werk is zo’n psychologisch aspect. Communicatie en een cultuur die gericht is op zorgvuldig graven kunnen er wellicht aan bijdragen dat preventiemethodes op de juiste wijze worden toegepast. Er worden nieuwe preventiemethodes ontwikkeld die wellicht minder onder invloed staan van deze psychologische aspecten. Echter, totdat deze nieuwe preventiemethodes geïmplementeerd kunnen worden bij de graafprojecten zal het aantal schades op een andere manier gereduceerd moeten worden. Uit de interviews is gebleken dat het verminderen van de invloed van de psychologische aspecten hiervoor de beste mogelijkheid is.
Item Type:Essay (Bachelor)
Clients:
Ministerie van Economische Zaken, Nederland
Faculty:ET: Engineering Technology
Subject:56 civil engineering
Programme:Civil Engineering BSc (56952)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/66608
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page