University of Twente Student Theses

Login

Combinatie Natuurontwikkeling en bestrijding Algenoverlast in de Zuidelijke Randmeren : analyse van mogelijk inrichtingsmaatregelen in de Zuidelijke Randmeren

Goor, G.R. van (2007) Combinatie Natuurontwikkeling en bestrijding Algenoverlast in de Zuidelijke Randmeren : analyse van mogelijk inrichtingsmaatregelen in de Zuidelijke Randmeren.

[img]
Preview
PDF
888kB
[img]
Preview
PDF
453kB
Abstract:Het voorliggende rapport beschrijft het onderzoek waarin een analyse is uitgevoerd naar kansrijke inrichtingsmaatregelen voor de bestrijding van algenoverlast en mogelijke natuurontwikkeling in het Eem- en Gooimeer. De analyse kent een tweedeling naar brongerichte maatregelen in het Eemmeer en effectgerichte maatregelen in het Gooimeer. Het verschil in de waterkwaliteit tussen deze beide meren vormt de basis voor dit onderscheid. Bestrijden overlast: Het Eemmeer bevindt zich met een zomergemiddelde fosfaatconcentratie van 0,21 mg per liter ver boven de gebiedsgerichte norm van 0,08 mg fosfaat per liter. Met een zomergemiddelde fosfaatconcentratie van 0,11 mg per liter zit ook het Gooimeer boven deze norm. Afwenteling vanuit het Eemmeer kan in het Gooimeer voor problematische situaties leiden. Algen hebben de nutriënt fosfaat nodig als voedingsstof. Hoge fosfaatconcentraties kunnen leiden tot overmatige algenbloei, oftewel eutrofiëring. Deze algen kunnen onder bepaalde omstandigheden drijflagen vormen. Deze drijflagen kunnen in de omgeving van de Zuidelijke Randmeren voor grote overlast zorgen. Maatregelen zijn aangedragen en uitgewerkt om deze overlast van drijflagen te bestrijden. Natuurontwikkeling: Voor de mogelijke natuurontwikkeling zijn de verschillende kwaliteitselementen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water-doelstellingen sturend. De nadruk ligt hier op een toename van ondergedoken waterplanten, oevervegetatie, macrofauna en een vermindering van het fytoplankton (algen). Brongerichte maatregelen Eemmeer De analyse naar brongerichte maatregelen begint met een voorselectie waarbij de kansrijke maatregelen worden geselecteerd. Hierbij worden de verschillende alternatieven getoetst op toepasbaarheid in het systeem, de randvoorwaarden, mogelijkheden voor natuurontwikkeling en de effectiviteit op de bestrijding van de eutrofiëring. Na deze voorselectie komen de volgende kansrijke maatregelen naar voren: stimuleren ontwikkeling waterplanten, aanleg slibvang, inzetten driehoeksmosselen en oeverinrichting ten behoeve van rietontwikkeling. Om te komen tot een prioriteitsstelling onder deze maatregelen is een multi criteria analyse uitgevoerd. Hierbij zijn voor alle alternatieven de effecten op verschillende criteria bepaald en gewogen. Met de analyse is de volgende rangschikking van maatregelen verkregen: 1. stimuleren ontwikkeling waterplanten; 2. inzetten driehoeksmosselen; 3. oeverinrichting t.b.v. rietontwikkeling; 4. aanleg slibvang. De uitgevoerde gevoeligheidsanalyse wijst uit dat het verkregen resultaat robuust is. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen op welke manier de uitbreiding van waterplanten een impuls kan worden gegeven. Blijkt de zaadbank de limiterende factor te zijn dan zal het zaaien van kranswiersporen een effectieve maatregel blijken. Is echter het doorzicht de beperkende factor dan zal men, op basis van het effect op het doorzicht van het systeem, het aanleggen van een slibvang kunnen overwegen. Effectgerichte maatregelen Gooimeer Ook bij de effectgerichte maatregelen is een voorselectie gemaakt van de alternatieven. Hierbij komt het aanleggen van dammetjes, als fysieke barrière tegen algendrijflagen en mogelijke drager voor natuurontwikkeling, in beeld. Deze maatregel is uitgewerkt voor een tweetal locaties in het Gooimeer, te weten: Almere-Haven en Huizen. De maatregelen hebben tot doel om drijflagen vanaf het Gooimeer en transport van de drijflagen langs de oevers tegen te gaan. Hoewel de feitelijke problematiek met deze maatregel niet wordt opgelost kan het bijdragen aan de bestrijding van de overlast die algendrijflagen met zich meebrengen. Vanuit de gemeenten is gebleken dat er veelzijdige belangen zijn in het gebied en dat gebiedsspecifieke kennis onontbeerlijk is bij het ontwerp van dergelijke maatregelen. De opgestelde effectgerichte maatregelen kunnen worden meegenomen in de inrichtingsvisie voor de randmeren die zal worden opgesteld door de randmeergemeenten. Synthese: Op basis van kosten en realisatietijd zijn de effectgerichte maatregelen te vergelijken met de twee ‘beste’ brongerichte maatregelen: stimuleren ontwikkeling waterplanten en het inzetten van driehoeksmosselen. De effectgerichte maatregelen hebben de grootste impact op de reeds bestaande functies in het gebied. Dit omdat zij naast een fysieke barrière voor drijflagen vaak ook een barrière voor allerlei andere functies, zoals de scheepvaart zijn. Daartegenover bevinden de voorgestelde brongerichte maatregelen zich geheel onder water en kan, via een juiste locatiekeuze en effectief beheer, de overlast/hinder tot een minimum beperkt worden. Ook op het gebied van duurzaamheid winnen de brongerichte maatregelen het van de effectgerichte. Deze laatstgenoemde groep heeft enkel zeer lokaal effect en verplaatst eigenlijk alleen de overlast naar naburige locaties. Het positieve effect op de waterkwaliteit van brongerichte maatregelen geldt echter voor het gehele watersysteem. Het grote voordeel van de effectgerichte maatregelen is dat ze direct resultaat bieden; bij de brongerichte maatregelen duurt het meestal geruime tijd voordat de maatregel effectief blijkt.
Item Type:Essay (Bachelor)
Faculty:ET: Engineering Technology
Subject:56 civil engineering
Programme:Civil Engineering BSc (56952)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/68605
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page