Projectevaluatie Emmertochtsloot

Reichart, P.A. (2017) Projectevaluatie Emmertochtsloot.

[img]
Preview
PDF
6MB
Abstract:In de jaren 1999 en 2000 is het Waterconserveringsplan Emmertochtsloot, in samenwerking met Landschap Overijssel, door Waterschap Groot Salland uitgevoerd. De Emmertochtsloot is één van de Kaderrichtlijn Water (KRW) oppervlaktewaterlichamen in het beheer van het waterschap. Het waterlichaam ontsprong oorspronkelijk bij het dorpje Hoonhorst en stroomt langs verschillende landgoederen richting het noordwesten waar de Emmertochtsloot bij Zwolle uitmond in de (Nieuwe-) Vecht. Eind jaren zeventig werd ernstige verdroging geconstateerd op één van de landgoederen rondom de Emmertochtsloot. Wegens het verhogen van de afvoercapaciteit om wateronttrekking ten behoeve van de landbouw efficiënter te maken daalde de grondwaterstand in omliggende gebieden. Om verdere verdroging en achteruitgang van het bos en de overige natuur tegen te gaan werd het project Waterconserveringsplan Emmertochtsloot opgezet. Op dit moment heeft het beherende waterschap (inmiddels na fusie Waterschap Drents Overijsselse Delta) de mogelijkheid om Vechtwater in te laten via een gemaal ten zuiden van Dalfsen. Gedurende het project zijn verschillende maatregelen getroffen om samen met deze wateraanvoer de waterhuishouding in het plangebied en met name in het natuurontwikkelingsgebied de Emmer Hooilanden aanzienlijk te verbeteren (Waterschap Groot Salland, 2009). Via grondwater-gestuurd conserverend peilbeheer moest de grondwaterstand worden verhoogd om zo de verdroging tegen te gaan. Er is na uitvoering van het project nog niet hydrologisch geëvalueerd en bekeken of de grondwaterstand daadwerkelijk is gestegen. Wel is er onderzoek gedaan naar de waterkwaliteit omdat het water uit de Vecht een lagere kwaliteit heeft dan het gebiedseigen-water. Aan de hand van verschillende gegevens, peilbuizen en meetpunten met betrekking tot het neerslagoverschot, grond- en oppervlaktewaterstand is data verzameld over verschillende tijdsreeksen. Zo zijn van 1993 t/m 1998 en van 2001 t/m 2006 de gegevens verzameld van neerslag, verdamping, grond- en oppervlaktewaterstand. Gedurende de uitvoering van het project (in 1999 en 2000) waren de meetwaarden onbruikbaar voor evaluatie. Het is voorafgaand aan dit onderzoek onduidelijk of er voldoende data beschikbaar zijn. Daarnaast is er geen concrete evaluatiemethode die het waterschap gebruikt. Voor vier verschillende peilbuizen en drie oppervlaktemeetpunten zijn resultaten en gebiedsparameters onderzocht. Na analyse en uitwerking blijkt dat de grondwaterstand op het verdroogde landgoed flink is gestegen. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) is hier met meer dan 30 cm gestegen. Daarnaast is de grondwaterstand vele male constanter geworden omdat deze door het gemaal niet meer alleen afhankelijk is van neerslag en kwelwater. De veranderingen in grondwaterstand worden voornamelijk bepaald door het peilbeheer. Het oppervlaktewaterpeil wordt, zo laten de resultaten zien, strak binnen de streefpeilen gehouden waardoor de grondwaterstand ook consequent kan worden gewaarborgd. Het uiteindelijke hoofddoel: het verbeteren van de waterhuishouding, in het projectgebied is dus behaald. De mate waarmee is echter niet geheel duidelijk omdat er geen definitieve en kwantitatief onderbouwde projectplannen (meer) beschikbaar zijn. De voorafgaand beoogde verhoging is daarmee onduidelijk. Daarnaast zijn er voor een kleinschalige evaluatie amper voldoende data beschikbaar. Van de grote hoeveelheid peilbuizen en meetpunten voor grond- en oppervlaktewaterstand zijn uiteindelijk maar weinig data bruikbaar. De meeste meetpunten zijn achteraf geplaatst waardoor er geen uitgebreidere vergelijking kan worden gemaakt met de nul-situatie.
Item Type:Essay (Bachelor)
Faculty:ET: Engineering Technology
Subject:56 civil engineering
Programme:Civil Engineering BSc (56952)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/71949
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page