Maaien of niet? : effect van de flora- en faunawet op het peilbeheer

Veldman, W.G. (2006) Maaien of niet? : effect van de flora- en faunawet op het peilbeheer.

[img]
Preview
PDF
7MB
Abstract:In 2002 is in Nederland de Flora- en Faunawet aangenomen. Deze wet heeft als doel de Flora en Fauna in Nederland te beschermen en heeft direct betrekking op de waterschappen in Nederland. In de Flora- en Faunawet worden namelijk restricties gelegd op het tijdstip waarop watergangen onderhouden mogen worden. Voor het maaien van de berm en schonen van de watergang, verder te noemen als maaien van de watergang, stelt de Flora- en Faunawet dat dit niet meer mag gebeuren voor 15 juli. Slechts onder strikte voorwaarden mag afgeweken worden van deze bepaling. Juist in het groeiseizoen van de vegetatie mogen de watergangen niet worden gemaaid. Het probleem dat hierbij optreedt is dat de watergangen dan dichtgroeien met vegetatie. Onduidelijk is of deze vegetatiegroei in de watergangen problemen oplevert ten tijde van natte omstandigheden. Vegetatie zorgt namelijk voor een verhoogde ruwheid in de watergang en bij een toenemende ruwheid, zal ook de waterstand stijgen in een watergang. Het is echter niet bekend hoe sterk deze waterstandstijging is en of dit tot wateroverlast zal leiden. De centrale vraag van dit onderzoek is dan ook of Waterschap Veluwe de watergangen moet maaien of niet voor 15 juli, om wateroverlast te voorkomen. Het beheersgebied van Waterschap Veluwe bestaat voor een deel uit hellende, vrij afwaterende beken en sprengen en een deel uit watergangen in lager gelegen poldergebied. Problemen omtrent de Flora- en Faunawet worden met name in de lager gelegen poldergebieden verwacht. Op deze gebieden concentreert zich het onderzoek. Het riviertje de Fliert wordt daarbij als onderzoeksgebied genomen, aangezien daar gelijktijdig met dit onderzoek een begroeiingproef wordt gehouden. De berekeningen voor dit onderzoek worden gedaan met een ruwheidvergelijking voor de vegetatie. In die vergelijking wordt de vegetatie in de watergangen op een bepaalde manier beschreven. Daarmee wordt de waterstand berekend. Om te bepalen wat de meest ideale ruwheidvergelijking is, zijn acht verschillende methoden met elkaar vergeleken: de traditionele methoden van Chézy en Manning, de methode van White-Colebrook, van De Bos en Bijkerk, Griffioen en Pitlo, Rijkswaterstaat, Huthoff en als achtste methode, de methode van Baptist. Voor verschillende vegetatiestadia in een standaard watergang, zoals die veelvuldig voorkomen in het beheersgebied van Waterschap Veluwe, zijn met deze acht vergelijkingen berekeningen gedaan.
Item Type:Essay (Master)
Faculty:ET: Engineering Technology
Subject:56 civil engineering
Programme:Civil Engineering and Management MSc (60026)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/57353
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page