Groene uitstraling overnachtingshaven Lobith

Bos, A.S. (2015) Groene uitstraling overnachtingshaven Lobith.

[img]
Preview
PDF
4MB
Abstract:Rijkswaterstaat streeft naar voldoende overnachtingshavens voor schippers om schepen veilig en snel over het water te laten varen. De provincie Gelderland heeft de opdracht gekregen van de Minister van Infrastructuur en Milieu om in de buurt van Lobith een nieuwe overnachtingshaven te realiseren. In samenwerking met Rijkswaterstaat, gemeente Rijnwaarden en Witteveen en Bos is gekozen voor de locatie in de Beijenwaard, gelegen ten westen van het dorp Spijk. De bewoners van Spijk willen graag gecompenseerd worden en hebben gevraagd of de haven een groene, natuurlijke, niet-industriële uitstraling kan krijgen. Hierdoor is het volgende probleem ontstaan: De provincie Gelderland wil weten of de oevers van de overnachtingshaven in de Beijenwaard kunnen worden voorzien van een groene uitstraling om de wens van belanghebbenden te vervullen, maar de provincie Gelderland weet niet welke oplossingen hiervoor mogelijk zijn en in hoeverre eventuele oplossingen haalbaar zijn. Om die reden is onderzoek gedaan naar in hoeverre de oevers van een nieuw te realiseren overnachtingshaven nabij Spijk kunnen worden voorzien van een groene, natuurlijke uitstraling. Om het onderzoek af te bakenen zijn verschillende oplossingen enkel getoetst op kwalitatieve basis aan de hand van expert judgements en enkel op vijf dwarsdoorsneden. Het resultaat van het onderzoek is dat de overnachtingshaven nabij Spijk bepaalde hoogten op de dammen kan worden voorzien van een natuurlijke, groene uitstraling. Met een groene, natuurlijke uitstraling wordt een uitstraling bedoeld waarbij rekening is gehouden met de huidige uitstraling van het plangebied, de Beijenwaard, waar vegetatiesoorten uit de habitattypen stroomdalgrasland, glanshaverhooiland, slikkige rivieroevers en vochtige alluviale bossen. Vegetatiesoorten uit de twee laatstgenoemde habitattypen zijn echter niet realistisch om te realiseren. De andere twee habitattypen kunnen daarentegen wel ontstaan na verloop van enkele tientallen jaren, waardoor ook rekening is gehouden met het Natura2000-beleid. Verder is bij een groene, natuurlijke uitstraling rekening gehouden met de voorkeur van mensen voor wilde natuur door oplossingsmogelijkheden met hogere vegetatie op het criterium wilde uitstraling een hogere score te geven dan lagere of geen vegetatie. Omdat er verschillende krachten op de dijk en dammen staan en omdat er veel verschillende belanghebbenden met verschillende belangen zijn voor het construeren van de haven is naast de soorten groene, natuurlijke uitstraling rekening gehouden met eisen, wensen en randvoorwaarden van de bewoners van Spijk, met overheidsinstellingen, met schippers en met uitvoerders/aannemers. Vooral vanuit de overheid zijn veel eisen, wensen en randvoorwaarden die betrekking hebben op de waterveiligheid en het beheer van de haven. Door het opstellen van de eisen, wensen en randvoorwaarden is de zoektocht naar toepassingsmogelijkheden voor de bekleding van de oevers gerichter geworden. Uit deze zoektocht is een elftal toepassingsmogelijkheden gekomen. Deze mogelijkheden hebben vaak ook enkele varianten, waardoor de bekleding anders en vaak ook groener kan worden. De toepassingsmogelijkheden zijn getoetst in de pre-selectie op een aantal knock-out criteria. De toepassingsmogelijkheden die een GO krijgen in deze pre-selectie worden oplossingsmogelijkheden genoemd. Dit zijn de volgende oplossingsmogelijkheden: - Stortsteen - Open zetsteen en poreuze zetsteen - Grasbeton - Productiegrasland - Bloemrijk grasland - Ruigte. Deze oplossingsmogelijkheden zijn getoetst op de haalbaarheid van het toepassen van de type dambekleding in het plangebied met behulp van een multicriteria-analyse (MCA). Voor deze MCA is een achttal criteria opgesteld aan de hand van de gestelde eisen, wensen en randvoorwaarden. Deze criteria zijn voorzien van een wegingsfactor om de belangenverschillen mee te nemen in de MCA. Verder is gebruik gemaakt van een wegingsfactorpakket dat stabiel is gemaakt voor alle taluds van de dammen voor vier verschillende hoogten op de dam door middel van een wegingsfactorenpakketanalyse (WFPA). Uit de eisen wensen en randvoorwaarden en de WFPA zijn de criteria en het meest stabiele wegingsfactorpakket gekomen die in tabel 1 beschreven staan. De oplossingsmogelijkheden zijn vervolgens getoetst door middel van de MCA. Hierbij is onderscheid gemaakt in hoogtetypen en taludtype, omdat voor alle typen verschillende eigenschappen gelden en daardoor oplossingsmogelijkheden een andere waardering per criterium kunnen krijgen. Door middel van expert judgements zijn de waarderingen bepaald per criterium. Hieronder is de uitkomst globaal beschreven. De exacte uitkomsten die beschrijven welke oplossingsmogelijkheden het best haalbaar zijn per taludtype per hoogte, zijn te vinden in paragraaf 4.6. Globaal geldt dat voor oppervlakten hoger dan +13,82 m NAP bloemrijk grasland de best haalbare oplossingsmogelijkheid is. Daaronder varieert het per oplossing en zijn groene oplossingsmogelijkheden met vegetatie mogelijk, maar komt stortsteen als best haalbare oplossingsmogelijkheid naar boven. Vanaf de mediaanhoogte van +9,37 m NAP is enkel stortsteen een haalbare oplossingsmogelijkheid.
Item Type:Essay (Bachelor)
Faculty:ET: Engineering Technology
Subject:56 civil engineering
Programme:Civil Engineering BSc (56952)
Link to this item:http://purl.utwente.nl/essays/68742
Export this item as:BibTeX
EndNote
HTML Citation
Reference Manager

 

Repository Staff Only: item control page